Piepelt de ene Autoriteit de andere bij adviesaanvraag? En wie piepelt wie?

piepeltDe poging van de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) om een nieuw bekostigingsmodel voor de GGZ te realiseren trekt de laatste twee weken veel aandacht. Dat heeft te maken met de grote hoeveelheid informatie, afkomstig uit een vragenlijst over het geestelijke en lichamelijk wel en wee. Die wil de NZa op persoonsniveau toegestuurd krijgen van GGZ-zorgverleners. Het gaat daarbij om alle antwoorden op de HONOS+ vragenlijst. De gedetailleerde informatie op persoonsniveau, ook al is die gepseudonimiseerd, baart patiënten en zorgverleners grote zorgen. Beroepsorganisaties als de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten(NVVP) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie(NVR) mengden zich de laatste week van juli 2022 in dat debat met specifieke vragen aan de Autoriteit Persoonsgegevens(AP). De NZa vroeg eerder advies over de conceptregeling aan de AP. Beide verenigingen willen een nadere uitleg van de AP over haar antwoord aan de NZa op die adviesaanvrage.

NZa

De NZa schermt in de voorlichting over haar handelen met het feit dat ze tot twee keer toe advies vroeg aan de Autoriteit Persoonsgegevens.  En dat de AP de eerste keer zei geen opmerkingen er over te hebben en de tweede keer geen aanleiding zag de regelgeving opnieuw te bezien.  Op 24 juli 2022 vroeg ik me al hardop af wat de betekenis was van het antwoord van de AP op de eerste aanvraag van de NZa, namelijk dat men “geen opmerkingen” had over het concept Regeling GGZ en Forensische zorg. Er staat dus niet “negatief advies” of  “geen commentaar” of “u heeft op voorhand onze zegen als u het zo aanpakt”.

NVVP(1)

De VVP schrijft op haar website:

“De NZa gaf steeds aan dat hierover een zorgvuldige adviesvraag naar de AP is gegaan en dat meerdere malen aan de AP is gevraagd een uitspraak te doen. Maar de AP is bij haar standpunt gebleven en zag geen bezwaren. Hier zijn we dan ook tot voorkort vanuit gegaan. Inmiddels weten wij echter dat dit niet zo expliciet is uitgesproken door de AP. De AP heeft met name gekeken naar wat er op de declaratie komt te staan: de informatie die naar zorgverzekeraars gaat. Het op de declaratie plaatsen van een zorgvraagtypering vindt de AP niet anders dan een DSM-hoofdgroepcode. Dat is ook de reden dat er geen tweede advies gekomen is.”

NVVP(2)

En vervolgt:

“De LVVP concludeert dat er dus niet is gekeken naar de veel privacygevoeliger informatie -te weten de antwoorden op de HONOS+ vragenlijst- die de praktijk verlaat en naar een externe (de NZa) gaat. Een expliciete toetsing hiervan was op zijn plaats geweest. Wij zijn altijd in de veronderstelling geweest dat dat was gebeurd.”

Hier spreekt de LVVP duidelijk de angst uit dat de AP in haar antwoord aan de NZa geen uitspraak deed over het onwenselijke van het verzamelen van gedetailleerde antwoorden op alle HONOS= vragen die een GGZ-patiënt in het nieuwe bekostigingsmodel voorgelegd krijgt.

NVP

Deze beroepsvereniging schrijft op haar website:

Een deel van onze leden heeft zorgen geuit over de veiligheid van de aan te leveren gegevens en dat nemen we heel serieus. We hebben dit bij de NZa aangekaart. We gaan ervan uit dat de NZa deze zorgen ook serieus neemt en ervoor zorgt dat die veiligheid gegarandeerd wordt. Het is nu aan de NZa om de aangegeven wettelijke grondslag te verantwoorden.”

NZa versus AP

Aangezien de adviesaanvrage van de NZa aan de AP niet op het internet te vinden is, blijft het gissen of men uiteindelijk alleen het concept Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg naar de NZa gestuurd heeft zonder uitleg over wat de HONOS+ vragen allemaal inhouden. Als de aanvraag aan de AP vooral geconcentreerd was op de data op/bij de declaratie aan zorgverzekeraars gestuurd wordt kan het antwoord van de AP mogelijk niet de dataverzameling van de NZa betreffen. In die situatie kan de NZa de AP wat zand in de ogen gestrooid hebben waardoor die niet verder exerceerde. In dat geval piepelde de NZa de AP.

AP versus NZa  

Er bestaat nog een tweede mogelijkheid. Namelijk dat de AP voor de NZa nog wat in petto heeft over deze regeling. De AP kan wel om advies over een wetsontwerp gevraagd worden, maar geeft nooit een vrijbrief van te voren af over het toekomstig handelen van een instantie. Het licht cryptisch  antwoord aan de NZa  luidt : “We hebben geen opmerkingen over het concept”. Dan vervolgt men met: “De AP is voornemens dit advies openbaar te maken op de website www.autoriteitpersoonsgegevens.nl zodra de tekst van het (gewijzigde) concept openbaar is. De AP verneemt graag het moment waarop openbaarmaking wordt verwacht, zodra dit bekend is.” .

Als je gaat zoeken bij openbare bekendmakingen van de AP zal je op haar website geen enkel stuk vinden dat de zojuist genoemde openbare bekendmaking van het advies bevat.

Eindspel

Het kan zijn dat de AP nooit officieel bericht van de NZa kreeg over het definitief worden van de regeling waarin men het zorgprestatiemodel officieel implementeert. En dat zulks de reden is voor het uitblijven van de officiële publicatie van haar advies. Daarnaast kan het zijn dat de AP haar handen vrij wil hebben om definitief over het handelen van de NZa te oordelen als de eerste zorgverleners per 1 november 2022 geacht worden hun HONOS+ lijsten met antwoorden door te sturen aan de NZa.

Want het kan best zijn dat de AP toch vindt dat ondanks een wettelijke basis om zorgdata te mogen verzamelen de NZa bij de uitvoering ervan de proportionaliteit en de subsidiariteit onvoldoende in de gaten houdt. In dat geval piepelt de AP de NZa.

We gaan het zien de komende tijd.

W.J. Jongejan, 3 augustus 2022

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay