Ongegeneerde pogingen CDA, VZVZ, VWS om toestemming vooraf bij zorgdata-communicatie af te schaffen

ongegeneerdeNogal wat activiteit rond het Wetsontwerp elektronische gegevensuitwisseling in de zorg, kortweg Wegiz, is thans gaande. Wat telkens terugkomt bij elektronische zorgcommunicatie, is dat men bestaande wetsartikelen over de privacy als lastig ervaart. In één van die wetsartikelen staat namelijk dat mensen om hun zorgdata in de toekomst opvraagbaar te maken via een elektronisch uitwisselingssysteem daar TEVOREN UITDRUKKELIJK toestemming voor gegeven moeten hebben. Aangezien er mensen zijn, zoals ik, die daar nadrukkelijk geen toestemming voor geven ervaart men dat als lastig. In een recente Nota van de minister van VWS en in de vijfde Regiebrief staan aanwijzingen dat VWS er ook van af wil. Buiten de Kamer roerde recent het Tweede Kamerlid Joba van den Berg(CDA) zich samen met een huisarts in een opiniestuk in het Algemeen Dagblad over dit onderwerp. Ook VZVZ, als verantwoordelijke voor het LSP, deed recent een duit in dat zakje.

Artikel 15a Wabvpz

Waar gaat het om? Bij uitwisselen van zorgdata in het kader van een verwijzing naar een specialist of  hulp op de huisartsenpost is er sprake van een vanzelfsprekende toestemming. Als men zorgdata bij de huisarts elektronisch opvraagbaar wil maken voor elektronisch opvragen ergens in de toekomst dan moet de patiënt daar tevoren uitdrukkelijk toestemming voor hebben gegeven . Dit type opvragingen is karakteristiek voor het gebruik van het Landelijke SchakelPunt(LSP), beheerd door de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ). De genoemde uitdrukkelijke toestemming berust op artikel 15a lid 1 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg(Wabvpz). Daar staat:

“De zorgaanbieder stelt gegevens van de cliënt slechts beschikbaar via een elektronisch uitwisselingssysteem, voor zover de zorgaanbieder heeft vastgesteld dat de cliënt daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.”       

Dit is veel voorstanders van ongebreidelde zorgdata-uitwisseling een doorn in het oog.

CDA

Op 26 oktober 2021 verscheen in het Algemeen Dagblad een opinieartikel met de kop “Privacywet en techniek frustreren goede zorg”. Het CDA-Kamerlid(en woordvoerder Zorg) Joba van den Berg en huisarts Hans Gimbel uit Heerhugowaard. Daarin stellen ze dat ICT-systemen en privacyregels niet op de zorgpraktijk zijn afgestemd. Ze hebben het over de wetsontwerp Wegiz dat nu in de Tweede kamer ligt. Ze zeggen daarover:

 “Het is zaak dat deze wet snel wordt ingevoerd. Daarnaast knellen bestaande wetten over de omgang met gezondheidsgegevens. Continu moet toestemming worden gegeven om de geheimhoudingsplicht op te heffen en gezondheidsgegevens te delen. Het denkkader rond de geheimhoudingsplicht gaat nog uit van één hulpverlener.”

Daarbij doelen ze op het bewuste artikel 15a lid 1 van de Wabvpz. Nu de Wegiz in de Tweede Kamer ter behandeling voorligt wil het CDA kennelijk de geesten rijp maken voor het afschaffen van dit wetsartikel.

VZVZ

Het bewuste wetsartikel is VZVZ al lange tijd een doorn in het oog. Nu acht men de tijd rijp om openlijk om afschaffing ervan te roepen. Op de website van VZVZ staat te lezen dat VZVZ leden van de Eerste Kamer op 12 oktober sprak over de Wegiz, die overigens eerst nog de Tweede Kamer moet passeren. VZVZ stuurde de EK-leden een position-paper waarin duidelijk staat:

“Maak de toestemmingsvraag niet ingewikkelder dan nodig: de AVG biedt daarvoor voldoende richting. Een aanvullende toestemming voor het geval de gegevens op elektronische wijze worden uitgewisseld worden is overbodig. De Wabvpz, met name de artikelen 15a t/m c, werkt onnodig complicerend bij het effectief tot stand brengen van gegevensuitwisseling tussen zorgverleners onderling en tussen zorgverlener en patiënten.”

Artikel 15c Wabvpz

Hier noemt VZVZ expliciet ook artikel 15c van de Wabvpz, omdat daarin twee voor VZVZ heel lastige dingen staan. Ten eerste de verplichting om de cliënt te informeren over zijn rechten bij elektronische gegevensuitwisseling en de werking van het systeem. Daarnaast staat in artikel 15c zeer nadrukkelijk de verplichting om bij nieuwe categorieën van zorgaanbieders die aansluiten bij zo’n uitwisselingssysteem OF als de werking van het systeem substantieel wordt gewijzigd de cliënt daarover te informeren. Tevens moet men de cliënt wijzen op de mogelijkheid om dan een ooit  gegeven toestemming in te trekken. VZVZ is zich bewust van die verplichting, want bij de rechtszaak van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen tegen het LSP beloofde VZVZ dat ook te doen. MAAR DEED DIT NIMMER. Artikel 15 c is dan ook een blok aan het been van VZVZ.

Hugo de Jonge

Zowel in de Nota n.a.v. veel Tweede Kamervragen over de Wegiz als in de vijfde regiebrief staan subtiele verwijzingen dat de minister voorzichtig aan het kijken is of hij aan artikel 15 a t/m c van de Wabvpz iets kan doen. Hij schrijft in de regiebrief op pagina 15:

Ik onderzoek op dit moment welke problemen bestaan rondom het verlenen van toestemming voor gegevensverwerking in de zorg. Hierbij onderzoek ik onder meer of de wettelijke grondslagen voor gegevensverwerking nog in lijn zijn met de omslag van papier naar digitaal.” 

Die wettelijke grondslagen zijn de artikelen 15a t/m c in de Wabvpz.

In de Nota schrijft hij op pagina 13:

Bekeken wordt of de huidige grondslagen voor gegevensuitwisseling, waaronder ook het toestemmingsvereiste voor het delen van gezondheidsgegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem valt, de beschikbaarheid van relevante gegevens voor goede zorg voldoende waarborgen.”

Ongegeneerd gerammel aan wetgeving

Wat ik in het bovenstaande beschrijf is schaamteloos gerammel aan wetgeving die voorstanders van ongebreidelde uitwisseling van zorgdata niet aanstaat. Op diverse plekken in politiek Den Haag probeert men de geesten rijp te maken voor afschaffing van artikel 15 a t/m c van de Wabvpz. De bestaande privacywetgeving en de handhavingsmogelijkheden erop zijn echter eerder te beperkt dan te ruim. De controle erop door de Autoriteit Persoonsgegevens kan men niet anders dan beperkt noemen.

Tweede en Eerste Kamer: laat de afschaffing van artikel 15a t/m c van de Wabvpz niet gebeuren!

 W.J. Jongejan, 2 november 2021

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay